geschiedenis

Wat volgt is een geschiedenis van de fakbar binnen de werking van de Faculteit Letteren en de verschillende faculteitskringen. Er zijn drie vzw’s (geweest) die de werking van de fakbar structuur moesten geven: vzw Letteren & Wijsbegeerte (1968-1987), Fak Letteren & Wijsbegeerte vzw (1987-1996) & Fak Letteren vzw (1996-nu). Een overzicht per jaar van de beheerders die de fakbar bestuurden, kan je hier vinden.

Tot voor 1968 bleven de contacten tussen de faculteitskringen van de Faculteit Letteren & Wijsbegeerte eerder informeel. In de loop van het academiejaar 1967-1968 werd er stilaan werk gemaakt van een samenwerking tussen de kringen. Zo waren er reeds gezamenlijke vergaderingen voor de studentenfractie op de faculteitsraad, werden er enkele cantussen & TD’s georganiseerd met specifiek doel het financieel ondersteunen van het opstarten van een faculteitshuis & kwam er een eigen kringblad op de markt, Philoria.

In oktober 1968 stelden vier kringen van de faculteit Letteren & Wijsbegeerte dan eindelijk een soort programmaverklaring op. Het ging om Germania, Historia, Klio & VRK. Eerst evalueerden ze in deze nota hun noden. In de uitbouw van de kringwerking hadden ze elk afzonderlijk namelijk te maken met tijdsgebrek, financiële moeilijkheden & het gebrek aan genoeg onderlegde kringafgevaardigden die over de nodig dossierkennis beschikten. Coördinatie was volgens hen dan ook de enige oplossing. Er werd door deze vier kringen dan bij deze ook een koko opgericht, dat staat voor coördinatiecommissie. Het doel van deze koko was om een blok te vormen op de verschillende vergaderingen waar het deel van zou uitmaken, met inbegrip van het FK. Meer medezeggenschap in de faculteit was ook een streefdoel, net als het organiseren van gezamenlijke activiteiten. Tenslotte werd ook de opening van een faculteitshuis in het vooruitzicht gesteld, een initiatief dat trouwens reeds concreet vorm begon te krijgen. Vooral Germania, & diens preses Jos Bergmans stortte zich vol goede moed in het avontuur om een faculteitshuis uit te bouwen.

Men had het oog laten vallen op een pand aan de Bogaardenstraat 10, dat gehuurd kon worden van de huisvestingsdienst van de universiteit voor een periode van 9 jaar. Op 5 november 1968 kwam de sleutel in het bezit van de kringen & begon een race tegen de tijd. De studenten deden de ganse inrichting zelf. Het huis bestond uit een bar op de benedenverdieping, bestaande uit 3 kamers en ook een soort kelderbar, die gebruikt werd wanneer de bar op het gelijkvloers te druk werd. Op de eerste verdieping was een vrij grote kamer, die bewoond werd door de afgevaardigd beheerder een dubbele kamer die als vergaderlokaal werd ingericht. Op de tweede verdieping waren ook nog twee kamers, waarvan één door de preses van Germania zou bewoond worden. Uit deze bezetting blijkt natuurlijk de grote inbreng van Germania in de uitbouw van het faculteitshuis. Ruimte voor een secretariaat was er voorlopig echter niet aanwezig. Er werd tevens een contract afgesloten met Brouwerijen Artois, die daarbij een lening van 24.440 BEF toestonden aan een intrestvoet van 6%. De inrichting van de bar had trouwens handen vol geld gekost. Een dikke 70.000 BEF werd door de vier deelnemende kringen gedragen, & ook hier deed Germania de grootste inspanning door 24.000 BEF te lenen. Op 18 november 1968 kon het faculteitshuis dan officieel de deuren openen met een receptie voor de professoren & de presidia van de faculteit. De bar zou van dan af 5 dagen per week geopend zijn van 17u tot 0u. Geregeld werd dit sluitingsuur echter met de voeten getreden.332 Dranken werden trouwen tegen zeer democratische prijzen verkocht. Een Pils kostte bijvoorbeeld slechts 10 BEF. Voor de muziek zorgde een jukebox.

Nu was er natuurlijk nood aan een structuur voor dit initiatief, & op 11 december 1968 werden de statuten van een nieuw op te richten vzw goedgekeurd. De vzw Letteren en Wijsbegeerte was een feit. Ze heeft tot doel het bevorderen door de samenstellende kringen van Letteren & Wijsbegeerte, van de facultaire werking op alle gebied, met name het culturele plan, het sociale plan, het studentenpolitieke plan & het plan van de faculteitsraad. Men is lid van de vereniging als men als student ingeschreven is in één van de samenstellende kringen, of als men hoogleraar of lid van het wetenschappelijk personeel is. Allen mogen zetelen op de Algemene Vergadering. Deze AV dient een Raad van Beheer te benoemen die bestaat uit zowel professoren, leden van het wetenschappelijk personeel als studenten. Deze RvB benoemt onder mekaar een voorzitter & een afgevaardigd beheerder. Deze laatste houdt zich dan vooral bezig met de boekhouding. In concreto bestond de eerste RvB uit 4 professoren, 4 assistenten & 8 studenten, zodat er enig sprake was van evenwicht. Bovendien werden door de 8 studenten de deelnemende kringen vertegenwoordigd. De eerste voorzitter werd trouwens Jos Bergmans, terwijl André Eerdekens de eerste Afgevaardigd Beheerder werd. In de presidia zelf werd voortaan ook een nieuwe functie verkozen, de verantwoordelijke vzw L&W, die de kring in de RvB moest vertegenwoordigen. Naast deze vzw-structuur richtte men ook een L&W-presidium op, gebaseerd op het reeds bestaande koko. Deze commissie bestond nu uit 4 personen. Zo waren er een cultuurverantwoordelijke & een sociaalverantwoordelijke die zich bezighield met Sociale Raad. Daarnaast had men een FK-verantwoordelijke. Deze persoon vergezelde de presides van de vier kringen op FK vergaderingen maar had er zelf geen stemrecht. Het kwam enkel de blokvorming ten goede. Tenslotte was er de verantwoordelijke Faculteitsraad, die de dossiers voor deze vergadering opvolgde. Het presidium van L&W bestond naast deze koko verder uit de 4 presides van de deelnemende kringen & de afgevaardigd beheerder van het faculteitshuis. Het eerste werkingsjaar bleek trouwens succesvol. Er werden nog niet veel activiteiten georganiseerd, daar de nadruk in het begin vooral lag op het financiële aspect van de onderneming. Dat leek trouwens in orde te komen. Het eerste academiejaar waren er voor 237.000 BEF inkomsten tegen 234.000 BEF uitgaven, quasi een break-even dus. De schuldenlast was ondertussen wel al voor de helft tot 35.000 BEF teruggebracht. Voorts bleek ook de vergaderzaal succesvol, want er werd gevraagd de zaal ruim op tijd aan te vragen bij de beheerder, omdat die zeer veel gebruikt werd. Tenslotte stelde men ook een uitbreiding van de openingsuren voor. In het vervolg zou de bar openen van 13u tot 18u & van 20u tot 1u.

Het initiële succes van de vereniging trok ook de andere kringen van de faculteit Letteren & Wijsbegeerte aan. Bij het begin van het academiejaar 1969-1970 besloten ook het NFK & de Kunsthistorische Kring deel uit te maken van de vzw L&W. De samenstelling van de RvB werd dan ook gewijzigd. Maar liefst 7 van de 8 studenten werden vervangen, enkel Jos Bergmans bleef in de RvB zetelen, & bleef ook voorzitter. Dit natuurlijk om de nieuwe deelnemende kringen te laten zetelen op diezelfde RvB. De nieuwe Afgevaardigd Beheerder werd Felicien Bertrand. Ook technisch & administratief personeel werd trouwens in het vervolg als lid van de vzw beschouwd. Als gevolg van deze wijzigingen werd ook de bardienst grondig gereorganiseerd. Er werden tapavonden per kring ingericht. Elke deelnemende kring kreeg vaste tapdagen. De filosofen & romanisten namen maandag voor hun rekening. Germania tapte als kring met de grootste inbreng twee avonden, namelijk dinsdag & woensdag. Donderdag was voor de classici & historici, terwijl op vrijdag wederom de romanisten, dit keer samen met de kunsthistorici de bardienst uitmaakten. Voorts werd er in het faculteitshuis ook een schoonmaakster aan het werk gesteld & begon men in dit tweede werkingsjaar met de uitbouw van een secretariaat. Een voor dit doel belangrijke investering was de aanschaf van een tipmachine. Ondanks deze hoopgevende zaken, werd de situatie in de vereniging echter snel minder rooskleurig.

Van die doorgedreven samenwerking en het gezamenlijk organiseren kwam eigenlijk maar bitter weinig terecht. Zaken die wel lukten waren de abituriëntendagen, een toneelvoorstelling en een L&W-fuif. Ook de gezamenlijke vergaderingen over de te volgen strategieën op faculteitsraad bleken zeer nuttig. Verder werd de samenwerking hoogstens veruitwendigd in de bar, maar ook hier was niet iedereen even gelukkig met de situatie. In het voorjaar van 1970 escaleerde de situatie dan ook. Er waren moeilijkheden rond de afspraken die gemaakt zijn omtrent de bardienst, één van de symptomen die wezen op een gebrek aan enthousiasme bij een aantal van de deelnemende kringen. Uit onvrede besloot voorzitter Jos Bergmans op 4 februari zijn ontslag in te dienen, en in maart werd een Algemene Ledenvergadering bijeengeroepen om de crisis op te lossen. Op die vergadering besloot men een Huishoudelijk Reglement op te stellen. De taken van de Afgevaardigd Beheerder werden hierin beter omlijnd. Hij zou zich specifiek gaan bezighouden met het onderhoud van het huis en de boekhouding. De voorzitter moest zich voortaan, naast het voorzitterschap van de RvB, ook steeds goed overleg plegen met deze Afgevaardigd Beheerder. De vier koko-leden werden voortaan gezien als toegevoegde beheerders, daar de vzw duidelijk meer wou betekenen dan een goedkope drankgelegenheid. Ook wou men zo de kringen beter betrekken bij het beheer van de vereniging en de bar. Tenslotte werd Michel Beck als vervanger van Jos Bergmans verkozen.

Deze ingrepen bleken trouwen op korte termijn resultaat op te leveren. In het academiejaar 1970-1971 werden de belangrijkste functies in de vzw bekleed door mensen van Historia, een bewijs dat deze kring zich nu meer dan ooit wilde engageren. Voorzitter werd Jef Mampuys, terwijl Jaak Brepoels benoemd werd tot afgevaardigd beheerder, & stonden in voor de bardienst. Beiden waren historici. Nieuw was trouwens dat men besloot om twee afgevaardigd beheerders te benoemen in de toekomst. Eén zou dan verantwoordelijk zijn voor de bar, terwijl zijn collega de verantwoordelijkheid zou dragen over het fakhuis. Deze tweede afgevaardigd beheerder werd Leo Zagers. Deze situatie zou echter slechts kortstondig bestaan. Bij het begin van dit nieuwe academiejaar organiseerde men een enquête, trof regelingen over het onthaal van de nieuwe studenten in Leuven, & had het ook over de opties die openlagen op het gebied van de studentenpolitiek. Dat niet enkel bij de Historisch Kring sprake was van een hernieuwd engagement, bleek op de Open Vergadering die gehouden werd op 4 november 1970. Alle deelnemende kringen waren aanwezig, zijnde Historia, Klio, Romania, Germania & NFK. De nieuwe kring KWAK was men echter jammerlijk vergeten uit te nodigen. Deze opleving in het engagement bleek jammer genoeg ook zeer beperkt in de tijd. Ook financieel bleef het geregeld balanceren op een slappe koord.

 

Vanaf het academiejaar 1971-1972 zouden de belangrijkste functies wederom bijna uitsluitend door germanisten ingevuld worden. Klio distantieerde zich zelfs helemaal van de vzw L&W. Germania liet zich hier niet door intimideren, en trachtte de bar verder uit te bouwen. De toog stond bijvoorbeeld vanachter in de bar, hetgeen als nogal ongelukkig ervaren werd. Daarom werd deze dan ook verplaatst. Voorts werden er ook muurtjes gemetst om voor afscheiding te zorgen & de barruimte te breken. Ook het te verkrijgen assortiment werd uitgebreid. Voortaan was er Pils, Gueuze & Kriek, Red Barrel, Carlsberg, Trappist & Stout te krijgen van bieren, limonade, fruitsap, cola, Schweppes, water, melk & Cécémel van frisdranken & koffie & thee van warme dranken. Ook verkocht men versnaperingen, zoals nootjes, wafels, bierworsten tot zelfs boterhammen met kaas, hesp of americain.Tenslotte werden er ook sterke dranken verkocht, namelijk Martini, Bols, whisky, vodka, porto & wijn. Sinds 1968 was de Pils trouwens  3 BEF duurder geworden

Opvallend is dat tussen 1969 & 1976 nagelaten werd de nieuwe Raad van Beheer of afgevaardigd beheerders jaarlijks in het Belgisch Staatsblad te laten verschijnen. In het academiejaar 1974-1975, toen Wim Willems Algemeen Beheerder was, balanceerde de vzw op de rand van het faillissement. In maart 1975 was er zelfs sprake van een schuldenberg die opliep tot 140.000 BEF. Als ultieme reddingspoging liet men elke kring 5.000 BEF bijdragen, & Germania droeg zelfs 20.000 BEF bij. Klio weigerde dit echter. Voorts werd ook een thé-dansant georganiseerd om voor vers kapitaal te zorgen. Uiteindelijk zou er zelfs een omhaling bij het wetenschappelijk personeel aan te pas komen om de vereniging van een faillissement te behoeden. Er werd tevens een voordeliger contract afgesloten met een andere brouwer, namelijk Van Den Heuvel. In het vervolg werd er dan ook Maes-Pils getapt.

Al deze maatregelen bleken hun effect niet te missen. In september was de schuld teruggebracht tot ongeveer 45.000 BEF, die terug te betalen was aan de huisvestingsdienst, & een jaar later, in september 1976 waren alle schulden terugbetaald. Er werd in 1976 ook opnieuw werk gemaakt van de structuur van de vzw. De nieuwe Raad van Beheer werd gepubliceerd, een RvB waar trouwens nog steeds één professor en één assistent zetelde, en die nu bestond uit 9 personen. De nieuwe voorzitter werd Wilfried Janssen & Johan Marynissen werd afgevaardigd beheerder. Er werden ook steeds meer activiteiten georganiseerd in het faculteitshuis, gaande van kaartavonden over cantussen tot optredens. Ook een 24-uren van de fakbar was een grootse activiteit, die, hoe kan het ook anders, een hele dag vulde. Koffie met gebak, gezelschapsspelen, spaghetti, free podium, ontbijt tot & met een sleep-in toe werden in een programma gegoten. Een afsluitend gratis vat mocht natuurlijk niet ontbreken. Eind januari 1977 werd ook een feestweek georganiseerd. Men wou vieren dat de rode cijfers weggewerkt waren, & stelde hoopvol in het vooruitzicht dat de bierprijzen wel eens zouden kunnen dalen. Optredens, een thé-dansant, poëzieavond & cantus werden in het vooruitzicht gesteld. Alles leek dus weer in kannen en kruiken, maar in oktober 1977 bleek men wederom krap bij kas te zitten. Een aantal noodzakelijke herstellingswerken hadden een hap uit het budget genomen.

Na 11 jaar was het faculteitshuis van Letteren & Wijsbegeerte uitgegroeid tot een volwassen vereniging. De doelstellingen van in het begin, toen men een soort overkoepelend presidium voor ogen had, zijn nooit echt verwezenlijkt. Daarvoor waren alle deelnemende kringen hun autonomie te zeer genegen. Enkel de gemeenschappelijke vergaderingen over de studentenstandpunten op de faculteitsraad waren op dat gebied een constante, naast een aantal activiteiten die georganiseerd werden zoals een thé-dansant. In de dagelijkse werking bleek vooral Germania zeer actief te zijn, terwijl het engagement van de anderen kringen eerder wisselvallig te noemen was. Ook op het praktische vlak was de onderneming niet altijd even gezond. Er waren geregeld financiële moeilijkheden, veroorzaakt door verschillende factoren. In de loop der jaren werden in de bar toch hoe langer hoe meer activiteiten georganiseerd, die ook een groeiend succes kenden. In het academiejaar 1978-1979 leek de vzw enkele sterke jaren tegemoet te gaan, en was men verzekerd van het engagement van Germania, Historia, Klio, KWAM (dat net KWAK kwam te vervangen), NFK en Romania. Een rooskleurige toekomst leek voor De W&L, zoals de bar van L&W reeds genoemd werd, weggelegd, maar dat was helaas zonder de waard gerekend.

In de zomer van 1979 bleek dat de universiteit de gebouwen van de Bogaardenstraat verkocht had aan een financiële groep, die er een groot kantorencomplex plande te bouwen aan het Ladeuzeplein (de huidige KBC). De vzw L&W moest op zoek naar een nieuwe locatie en die werd gevonden in de Blijde Inkomststraat 11. Het faculteitshuis – nu gelegen op de nieuwe campus – kon in oktober 1979 haar deuren openen. De verstandhouding tussen de deelnemende kringen was ondertussen ver zoek & bij het begin van academiejaar 1981-1982 werd de situatie helemaal schrijnend. Historia opende een eigen faculteitshuis (in de Parkstraat 72), Mecenas maakte van het nabijgelegen café De Appel haar stamcafé & Klio hield nog steeds haar vergaderingen in het Begijnhof.

Na 1982-1983 zat de bar & het huis in zware financiële moeilijkheden. Germania sprong de vzw weer financieel bij en de terugkomst van Historia werd goed onthaald. Ondertussen waren Klio & Eoos ook terug naar de Blijde-Inkomststraat 11 gekomen.
In 1987 kreeg de fakbar een nieuwe structuur & ging voortaan als Fak Letteren & Wijsbegeerte vzw door het leven. De statuten van toen kan je hier lezen. De facultaire werking tussen de kringen onderling & de kringen & de faculteit moest bevorderd worden. Daarom werden de statuten in 1993 verder aangepast. Deze structuur werd tot academiejaar 1996-1997 behouden.

1996-1997 was voor de Fak L&W het jaar van de grote doorbraak. Eén van de belangrijkste verwezenlijkingen was de finalisatie van de onderhandelingen met de universiteit omtrent het huurcontract. Het contract stelt vanaf toen dat de vzw het pand gratis ter beschikking kreeg gedurende een periode van 9 jaar. Wijsbegeerte maakte sinds kort geen deel meer uit van de faculteit & ook NFK vertoefde niet langer in de Fak. Op 23 oktober 1997 veranderde de vzw haar naam naar Fak Letteren vzw (zie statuten).

In de periode tussen 2012 & 2016 kwam de situatie van Fak Letteren vzw op een lichte helling te staan. De afspraken die eind jaren ’90 met de KU Leuven gemaakt werden, werden nu herzien: de fakbar zou terug huur gaan betalen. Op hetzelfde ogenblik werd het pand door de Vlaamse Overheid gescreend om wat later geklasseerd te worden als beschermd monument. Er werd een advies uitgeschreven dat de fakbar en de permanenties van de zes faculteitskringen niet de beste invulling voor het pand zijn.